Wanneer kun je aardappels poten

Je voelt de zon vaker op je gezicht, de vogels zijn druk bezig in de tuin en je handen jeuken om weer in de aarde te wroeten. Dat zijn vaak de eerste signalen dat het tuinseizoen begonnen is. Als je zelf aardappels wilt kweken, is het goed om te weten wanneer het juiste moment is om te beginnen. Het poten van aardappels vraagt geen ingewikkelde kennis, maar wel wat gevoel voor timing. En die timing hangt af van het weer, de temperatuur van de grond en natuurlijk van het soort aardappel dat je wilt kweken. Door daar op te letten, vergroot je je kans op een mooie en smakelijke oogst.

De juiste tijd om aardappels te poten

Je kunt het beste beginnen met het poten van aardappels als de grond rond de tien graden is. Dat is meestal in maart of april. Maar het hangt wel af van hoe koud of warm de winter is geweest. Als het lang nat en koud blijft, kan je beter nog even wachten. Voel aan de aarde in je tuin en kijk naar de nachttemperaturen. Als die niet meer onder het vriespunt komen, zit je meestal goed. De vraag wanneer aardappels poten belangrijk is, draait vooral om de temperatuur van de bodem. Te vroeg poten kan ervoor zorgen dat de aardappel wegrot of niet goed uitloopt. Te laat poten betekent dat je later moet oogsten, wat ook risico’s met zich meebrengt. Door goed naar de omstandigheden te kijken, kies je het juiste moment.

Wat heb je nodig voor een goede start

Voordat je begint met poten, wil je natuurlijk dat de grond in orde is. Kies een plek in de tuin waar veel zon komt, want aardappels houden van licht en warmte. Spit de grond om, maak hem lekker los en verwijder onkruid en oude wortels. Als je compost of oude stalmest hebt, dan kun je dat door de aarde mengen. Dat geeft de jonge aardappels meteen wat extra voeding. Gebruik pootaardappels die je een paar weken binnen hebt laten voorkiemen. Dat doe je door ze in een eierdoos te leggen met de uitlopers naar boven. Zo krijgen ze alvast wat kracht voordat ze de grond in gaan. Met die voorbereiding geef je je aardappels een voorsprong en maak je de kans op een rijke oogst groter.

Hoe diep en hoe ver uit elkaar

Als je gaat poten, maak dan kleine geulen van ongeveer tien centimeter diep. Daarin leg je de aardappels, met de uitlopers naar boven. Houd zo’n dertig centimeter ruimte tussen elke aardappel, zodat ze genoeg plek hebben om te groeien. Tussen de rijen laat je best vijftig tot zestig centimeter ruimte, zodat je er makkelijk tussen kunt lopen of schoffelen. Na het poten dek je de aardappels weer af met aarde. Als het daarna droog blijft, geef je af en toe wat water. Maar let op dat het niet te nat wordt. Aardappels houden van vocht, maar kunnen niet goed tegen natte voeten. Door goed op deze afstanden en omstandigheden te letten, voorkom je dat je planten elkaar in de weg zitten of last krijgen van schimmel.

Hoe zorg je voor gezonde groei

Als je aardappels eenmaal geplant zijn, begint het echte werk. Regelmatig schoffelen helpt om onkruid weg te houden en de grond los te houden. Dat is goed voor de wortels. Als de planten zo’n vijftien tot twintig centimeter hoog zijn, kun je beginnen met aanaarden. Dat betekent dat je wat aarde rond de plant omhoog trekt, zodat de stelen deels onder de grond verdwijnen. Zo bescherm je de aardappels tegen het licht, wat voorkomt dat ze groen worden en giftig. Blijf dit om de paar weken herhalen tot je een mooie heuvel rond elke plant hebt. Door de planten goed te verzorgen, geef je ze alles wat ze nodig hebben om sterk te groeien en lekkere aardappels te maken.

Wanneer is het tijd om te oogsten

Afhankelijk van het ras dat je hebt geplant, kun je vaak na tien tot vijftien weken oogsten. Vroege aardappels zijn soms al in juni klaar, terwijl late rassen pas in augustus of september geoogst worden. Je ziet dat het tijd is om te oogsten als het loof begint te verwelken en geel wordt. Dan kun je met een riek voorzichtig de aardappels uit de grond halen. Laat ze even drogen op een doek of in een krat, en bewaar ze op een koele, donkere plek. Zo blijven ze het langst goed. Het moment van oogsten is misschien wel het leukste onderdeel van het hele proces. Je haalt letterlijk de vruchten uit de grond van wat je wekenlang hebt verzorgd.